- (X)HTML
- RSS
- MathML
- QTI
- Selecteren = Xpath (= een soort van SQL voor databases, een manier om data te selecteren)
- Presenteren = XSLT
- Programmeren = SAX/DOM
- Modelleren = DTD, XML
- Elementen (=
, . Maar ook het hele artikel) - Attributen (= de informatie in de open-tag. Heeft altijd een naam en een waarde.)
- Tekst (= de inhoud van de elementen en tekstnodes en speciale characters zoals <.)
- Case-sensitive
- Attrubten moeten tussen aanhalingstekens
- Elementen moeten worden afgesloten
- Elementen vormen een strikte hierarchie.
Webservice = uitwisseling over het web (via HTTP) doormiddel van tekstbestanden (.txt, .xml, .html)
--> oplossingen zonder XML: CSV bestanden, HTML.
Nadeel CSV = altijd tabelgestructureerd.
SGML = structured generalized markup language
XML = eXtensible Markup Language
Voordeel van XML - je hoeft de parser niet te schrijven (Zie vorige week voor parser).
Voorbeelden van markuptalen die gebaseerd zijn op XML:
XML = set van standaarden hoe je informatie uitwisselt.
Unicode = dat elk character een eigen nummer heeft.
--> "Unieke code"
Xml -------------------> applicatie ----------------------> XML
parseren serialiseren
XML familie:
Toets: 2 vragen wellformed XML
Waar bestaat het uit (bouwblokken):
Geschiedenis:
1986: SGML --> HTML
1998: XML ---> XHMTL
XML is een vereenvoudiging van SGML
XML is strenger dan SGML:
XML die zich aan alle regels van hierboven houdt, is het welformed XML
Geen opmerkingen:
Een reactie posten